18/03/2009

Opiniestuk

 

De toekomst van Vlaanderen is Belgisch of zal niet zijn!

 

Het kan moeilijk ontkend worden dat de instellingen in ons land ondermaats werken.

 

De samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus heeft een dieptepunt bereikt. Voor de toekomst van België en om de komende generaties te geven waar ze recht op hebben is er nood aan een project met visie. Met dit artikel wil BPlus hiertoe een bijdrage leveren.

 

Men kan niet naast het feit kijken dat zowel de Vlaams-nationalisten als de Waalse rattachisten en BPlus ervan uitgaan dat de huidige politieke toestand niet langer houdbaar is. De werking van de instellingen is op alle bestuursniveaus onaangepast. We delen deze opvatting; de voorgestelde oplossingen zijn natuurlijk fundalenteel verschillend.

 

Het separatistische ideeëngoed biedt geen oplossing voor de huidige institutionele problemen. De separatisten lopen rond de hete brij. Ze werken met gemeenplaatsen en clichés. Hun objectieven bij de onderhandelingen voor een opdeling van het land zijn vaag en gaan voorbij aan de essentiële vragen. Wat met Brussel? Wat met de randgemeenten? Hoe wordt de openbare schuld verdeeld? Wat met de belastingen van de pendelaars? Wat met het federaal passief en de sociale zekerheid?

Het is een sloganeske benadering van de problemen die geen oplossing biedt en er nooit één zal bieden. In Vlaanderen is het Warandemanifest een politieke eisenbundel die – wat men van de opstellers toch zou kunnen verwachten – voorbij gaat aan enig ernstig studiewerk. Alleen die elementen die de conclusie steunen – Vlaanderen is beter af onafhankelijk - worden opgenomen terwijl aan alle andere wordt voorbijgegaan. Vanuit de wetenschappelijke methode en vanuit intellectuele integriteit is dit onaanvaardbaar. Een schande.

 

BPlus daarentegen vertrekt van de noodzaak van een belangrijke staatshervorming waar de toekenning van de bevoegdheden zou gebeuren op grond van objectieve criteria van doelmatigheid en efficiëntie. We stellen de vraag welk bestuursniveau op de meest efficiënte manier de taak kan vervullen. Dit vereist soms herfederalisering, soms verdere regionalisering. Daardoor worden zowel de Federale Staat, de Regio’s en de inter-personele solidariteit versterkt – iedereen wint erbij.

 

Samen met de staatshervorming moet ook een oplossing gevonden worden voor de problemen die we als specifieke taalkwesties kunnen omschrijven. Dit laatste dient te gebeuren samen met het zoeken naar een evenwichtige en efficiënte verdeling van de sociaal-economische bevoegdheden tussen de het Federale niveau en de Gewesten. Bij deze onderhandelingen zal men moeten uitgaan van een globale visie en zal men niet mogen vervallen in de koehandel zoals tijdens de besprekingen van 2005 waarbij men de splitsing van een arrondissementele kieskring als pasmunt heeft willen gebruiken voor het regionaliseren van de ontwikkelingssamenwerking. De vraag is wat willen en wat moeten we samen doen op federaal niveau en wat gebeurt beter op regionaal niveau waarbij solidariteit als het hoogste goed beschouwd moet worden. Daarbij primeren lange termijn overwegingen op korte termijn gewin of nog erger op het persoonlijke scoren van sommigen.

 

Het kan toch niet dat de financiering van kleuterklasjes in de Congolese brousse gekoppeld wordt aan de wijze van stemmen van de francofonen in de Brusselse rand!

Wil men een staatshervorming realiseren waarbij alle burgers van dit land zich goed voelen dan moet men vooraf de taalgebonden hindernissen opruimen – daarover is iedereen akkoord.

Daarom volgen hieronder een aantal concrete voorstellen over deze knelpunten. Deze voorstellen zouden samen het voorwerp moeten uitmaken van een globaal compromis.

 

·        De splitsing van het kiesarrondissement BHV mits het tot stand brengen van een federale kieskring.

·        De benoeming van de drie Franstalige burgemeesters van de Vlaamse rand nadat zij er zich toe verbonden hebben de taalwetten te respecteren.

·        Het definitief vastleggen van de taalgrens en dus ook het afstand doen van de eis tot uitbreiding van het Brusselse Gewest.

·        De oprichting van een overlegorgaan voor Brussel en zijn ruime hinterland, een “Brussels Metropolitan Area”

·        De erkenning van het volwaardig autonoom statuut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op hetzelfde niveau als het Vlaamse en Waalse Gewest

·        De afspraak dat de taalfaciliteiten niet uitdovend zijn en het opheffen van de omzendbrieven Peeters en Martens.

 

De goedkeuring van deze voorstellen zouden we als een echt compromis kunnen beschouwen, een consensus waarbij iedereen geeft en neemt. Hoewel er wederzijds belangrijke en moedige toegevingen gedaan worden zal geen enkele van de betrokken partijen als verliezer de onderhandelingstafel moeten verlaten. Enerzijds erkennen de Vlamingen de Brusselse eigenheid terwijl ze anderzijds de splitsing van BHV bekomen. De Franstaligen uit de rand zouden verlost worden van de administratieve plagerijen (de omzendbrieven Peeters en Martens) terwijl anderzijds de grenzen van het Hoofdstedelijk Gewest Brussel definitief worden vastgelegd.

 

Laten we ons echter geen illusies maken. Dit duidelijke en evenwichtige voorstel zal natuurlijk afgewezen worden door de nationalisten, de separatisten en de rattachisten van alle slag. Zij zullen opnieuw de woorden “verraad” en “kaakslag” in de mond nemen en zij zullen er alles op zetten om een dergelijk voorstel te doen mislukken.

Wij bij BPlus blijven echter overtuigd dat indien de vereiste meerderheden zouden gevonden worden om dit of een soortgelijk voorstel goed te keuren, zeer snel een staatshervorming zou kunnen tot stand komen. Er werden trouwens daaromtrent al een aantal deelakkoorden gesloten door de onderhandelaars ondermeer in verband met het tewerkstellingsbeleid.

 

Dag na dag stellen we met spijt vast dat de werking van onze politieke instellingen verder vast loopt. Het politieke landschap bestaat uit een Federale Staat met krappe geldmiddelen en steeds rijkere regio’s en daarenboven een ontstellend gebrek aan vertrouwen tussen de actoren op de verschillende bestuursniveaus. Daardoor wordt de indruk gewekt dat we elke dag wat verder opschuiven naar de te gemakkelijke oplossing die het confederalisme is. Confederalisme dat, na komaf te hebben gemaakt met de solidariteit tussen alle burgers, fataal zal evolueren naar een “permanent diplomatiek overleg” zonder slagkracht en waarvan niemand beter wordt. Dit is onverantwoord in een tijd waar zoveel grote uitdagingen op ons afkomen. Ze lachen met ons in het buitenland.

 

We moeten zo vlug mogelijk werk maken van een aanpassing van de structuren van ons land om te komen tot een modern, een efficiënt en een solidair federaal België. Eens we verlost zijn van de huidige en nutteloze hete hangijzers, kunnen we overgaan tot het organiseren van een sterk federaal bestuur dat garant staat voor het behoud van de solidariteit en dat in staat is snel in te grijpen bij crisissituaties. Dit moet gepaard gaan met het bevorderen van de autonomie en de responsabilisering van de Gewesten. Dit lukt in alle federale staten in de wereld.

 

Waarom zou dit in ons land niet mogelijk zijn?

 

Het falend beleid van vandaag is ongetwijfeld te wijten aan het feit dat we nog steeds een aantal communautaire taboes en symbolen als herinneringen uit het verleden met ons meedragen. Ze beletten ons oog te hebben voor de werkelijke prioriteiten. Ook de huidige generatie politici - waarvan de meeste nochtans geboren zijn in de zestiger jaren - leeft blijkbaar nog met onverwerkte frustraties die verband houden met de perikelen over de taalgrens, het probleem Voeren, de Brusselse taalproblematiek, de faciliteitenkwestie en “Walen buiten!” .

Zou het dan toch waar zijn dat we zullen moeten wachten op de volgende generatie politici om een “New Belgian Deal” te realiseren? Kunnen onze politici van vandaag niet boven zichzelf stijgen?

Dit zou te betreuren zijn. De tijd dringt meer dan ooit en het risico bestaat dat ons land van het toneel zou verdwijnen. De meerderheid van de bevolking wenst dit niet, wat door elke ernstige opiniepeiling bevestigd wordt.

 

De “zwijgende” minderheid laat het wellicht alleen niet luid genoeg weten.

 

En dat hebben we het nog niet over het culturele, economische en sociale belang van Brussel voor Vlaanderen en ons land gehad. In Brussel begint alles en daar eindigt alles… en zo lang we dat niet begrijpen zullen we geen oplossing vinden.

 

 

Tony Mary – Voorzitter van de Raad van Bestuur van BPlus

Gilles Vanden Burre – Voorzitter van het Directiecomité van BPlus

 

www.bplus.be

      

    

 

23:45 Écrit par Ensemble pour une Belgique pleine d'avenir - Samen voor een Belgi dans Général | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook |

04/03/2009

Carte blanche parue le 4/03/2009 dans Le Soir

L’après-Belgique sera…belge ou ne sera pas!

 

 

Cela fait plusieurs jours que les pages d’opinion du Soir se remplissent de vifs plaidoyers demandant le rattachement à la France ou du moins la mise en place d’une « Belgique light » formée uniquement de la Wallonie et de Bruxelles. Ces envolées lyriques et ces plumes aiguisées font certainement le bonheur des quelques militants attachés à ces idéaux nébuleux mais on peut douter de leur pertinence quant à l’avenir des citoyens wallons et bruxellois car elles ne proposent rien. Les arguments de Jules Gheude et de Paul-Henri Gendebien sont, comme à leur habitude, un condensé de préjugés anti-flamands, d’analyses politiques simplistes et de raccourcis historiques. La position de Claude Demelenne, fédéraliste convaincu, doit sans doute être davantage dictée par la désolation de la situation politico-communautaire actuelle. Leur plan d’actions concret pour résoudre nos écueils institutionnels, voire même ébaucher des négociations d’indépendance (quid de Bruxelles, de la périphérie bruxelloise, de la répartition de la dette publique, de l’impôt des navetteurs, du partage du passif fédéral, de la sécurité sociale…) se résume donc à une page blanche et il est clair que l’émotion et la nostalgie ont pris, dans leur discours, le pas sur le bons sens et les enjeux socio-économiques actuels. Il faut malgré tout reconnaître un point commun important entre les textes précités, l’argumentaire des nationalistes flamands et celui d’un mouvement comme BPlus : la situation actuelle n’est plus tenable et les différents niveaux de pouvoir ne fonctionnent pas de manière optimale. Le constat est donc clair et unanime. Les solutions suggérées sont évidemment divergentes.

 

Notre plaidoyer se base sur la nécessité d’une importante réforme de l’Etat qui entrainerait une répartition des compétences établie en fonction de critères objectifs d’efficacité, qui renforcerait l’Etat fédéral et la solidarité interpersonnelle et surtout résoudrait une fois pour toutes nos problèmes linguistiques. Ce dernier volet étant d’ailleurs essentiel : il faut solutionner les questions ayant trait au communautaire « pur » parallèlement à la réflexion sur l’attribution des leviers socio-économiques entre Etat fédéral et Régions/Communautés. On ne peut plus se permettre des négociations où on échange la scission d’un arrondissement électoral contre la régionalisation de la coopération au développement, comme ce fut le cas durant l’été 2005. Le financement d’écoles au Congo ne peut dépendre du type de liste sur lequel voteront les Francophones de la périphérie ! Afin de contribuer à l’édifice de cette « nouvelle Belgique » et de combler le besoin criant de solutions concrètes, voici une proposition simple de résolution définitive des épines linguistiques empêchant la conclusion d’une réforme de l’Etat bénéfique à tous :

 

·        Scission de l’arrondissement électoral de BHV moyennant la mise en place d’une circonscription électorale nationale.

·        Nomination des trois bourgmestres francophones de la périphérie moyennant leur engagement à respecter les législations linguistiques.

·        Refus définitif de toucher à la frontière linguistique et donc d’élargir la Région bruxelloise.

·        Mise sur pied d’une Communauté urbaine traitant de matières socio-économiques et englobant Bruxelles avec sa périphérie.

·        Reconnaissance du statut autonome de la Région bruxelloise, au même niveau que celui des Régions wallonnes et flamandes.

·        Maintien du régime des facilités de manière illimitée dans le temps et suppression des circulaires Peeters et Martens.

 

Cet accord équilibré représente un véritable compromis car il permet aux responsables des deux Communautés de sortir vainqueurs des discussions tout en leur imposant des concessions importantes et courageuses. Les Flamands devront par exemple reconnaître la spécificité bruxelloise tout en pavoisant sur la scission de BHV, tandis que les Francophones pourront se réjouir de la fin des tracasseries en périphérie (circulaires Peeters et Martens) tout en fixant définitivement les frontières de la Région Bruxelles-Capitale. Ne rêvons toutefois pas, ce projet clair tenant sur une demi-page sera descendu en flèche par les extrémistes de tout bord qui hurleront à la trahison suprême et essayeront par tous les moyens de faire échouer un tel consensus.

Nous restons malgré tout convaincus que si une majorité des 2/3 est trouvée sur ce texte, ou un autre du même type, avec une majorité de chaque côté de la frontière linguistique, une réforme de l’Etat sur les principaux outils socio-économiques pourraient rapidement voir le jour. De nombreux accords partiels ayant déjà été trouvés par les négociateurs, notamment sur la politique de l’emploi.

 

            Chaque jour qui passe nous montre malheureusement toujours davantage que notre situation institutionnelle n’est plus gérable, avec un Etat fédéral désargenté et un cruel manque de confiance entre les différents niveaux de pouvoir. Compte tenu de cet état de fait, chaque jour qui passe semble également nous rapprocher de cette solution de facilité, appelée confédéralisme, qui, tout en reléguant la solidarité au placard, nous projettera définitivement dans une « conférence diplomatique permanente » nuisible à tous. Ce serait irresponsable par rapport aux défis majeurs qui nous attendent.

Il nous faut donc dans les plus brefs délais s’atteler à une remodélisation de notre système qui nous amène enfin vers un fédéralisme moderne, efficace et solidaire. Une fois débarrassés de nos casseroles linguistiques, nous pourrons alors construire un niveau fédéral fort, garant de la solidarité et capable d’intervenir rapidement en de cas de crise, tout en promouvant l’autonomie et la responsabilisation régionale. Dans tous les pays fédéraux au monde, c’est possible, sauf chez nous ! Sans doute à cause de nos tabous et symboles communautaires qui nous éloignent des priorités et qui surtout paralysent la génération politique actuelle, née dans les années’60 et hantée par la frontière linguistique, les Fourons, les facilités ou le « Walen Buiten ». Faudra-t-il dès lors attendre la prochaine génération politique pour réaliser ce grand « New Belgian Deal » ? Ce n’est pas souhaitable car le temps presse et le rideau risque de tomber sur un pays auquel ses habitants restent majoritairement attachés sans oser le crier assez fort.

 

 

Gilles Vanden Burre

13:45 Écrit par Ensemble pour une Belgique pleine d'avenir - Samen voor een Belgi dans Général | Lien permanent | Commentaires (0) |  Facebook |