14/06/2007

Rudy Aernoudt en Philippe Van Parijs aanvaarden 2e Prijs voor Politieke Moed / Rudy Aernoudt et Philippe Van Parijs acceptent le prix pour le courage politique

aernoudtvanparijs

 

B Plus, beweging voor een federaal België, reikte deze week voor de tweede keer de « Prijs voor Politieke Moed » uit.  Deze prijs wordt door B Plus telkens toegekend aan twee bekende personaliteiten, een Vlaming en een Franstalige, die tijdens het afgelopen jaar een constructieve bijdrage hebben geleverd aan de verbetering van ons federaal systeem en die bewezen hebben in staat te zijn het communautaire hokjesdenken te overstijgen.  B Plus maakt van de uitreiking van deze prijs een jaarlijkse gewoonte om deze personaliteiten te feliciteren en in het bijzonder onder de aandacht te brengen, maar ook om anderen aan te moedigen om constructief na te denken over de wijze waarop ons Belgisch federalisme kan gemoderniseerd worden om de staat efficiënter te laten functioneren, mits respect voor de verscheidenheid en de autonomie van de deelstaten. 

 

Vorig jaar werd deze prijs omstreeks hetzelfde tijdstip voor het eerst uitgereikt.  De laureaten waren toen oud-Premier Wilfried Martens en Minisiter van Sociale Zaken Rudy Demotte. 

 
 
 
Dit jaar is onze Vlaamse laureaat die de prijs in ontvangst nam Rudy Aernoudt. Op dit ogenblik is Rudy Aernoudt directeur-generaal van het Departement Economie van de Vlaamse overheid.  Voordien bekleedde hij de functie van kabinetchef van Fientje Moerman en adjunct-kabinetchef van Waals Minister Serge Kubla.  Rudy Aernoudt heeft een atypisch professionneel parcours voor een Vlaming, aangezien hij zowel in de Waalse, de federale als de Vlaamse overheid topfuncties heeft uitgeoefend.  Dankzij deze unieke combinatie van ervaringen op verschillende beleidsniveaus, heeft hij als geen ander een helder inzicht gekregen in onze federale staatsstructuren.   In september 2006 verbaasde Rudy Aernoudt vriend en vijand door een repliek te publiceren op het separatistische Warandemanifest in de vorm van een boek met als titel : « Vlaanderen-Wallonië : Je t’aime moi non plus ».  In dit boek maakt hij komaf met tal van vastgeroeste clichés over de andere Gemeenschap die zowel bij Vlamingen als Walen nog steeds bestaann.  Dit boek werd een echte bestseller in het noorden en het zuiden van het land.  Samen met de verschijning ervan, lanceerde Rudy Aernoudt ook een oproep tot gezond verstand in de communautaire betrekkingen, waarvoor B Plus niets dan lof heeft.  Om al deze redenen besliste ons Directiecomité dat Rudy Aernoudt ons Vlaamse laureaat zou zijn voor de 2e Prijs voor Politieke Moed.  Deze week aanvaardde Aernoudt de prijs met de volgende opmerking :
 
« Ik aanvaard deze prijs met vol enthousiasme uit de handen van B Plus, want ik geloof dat het belangrijk is om mensen die zich actief inzetten voor België meer aandacht te schenken dan zij vandaag krijgen.»

 

Aan Franstalige zijde werd de prijs in ontvangst genomen door prof. Philippe Van Parijs.   Hij komt uit een Vlaamse familie, liep school in het Frans en woont sinds lange tijd in het Brussels Gewest.  Philippe Van Parys heeft een indrukwekkend academisch parcours afgelegd :  hij behaalde een diploma in de filosofie, rechten, economische politiek, sociologie en talen en is houder van verschillende doctoraatstitels in sociale wetenschappen (Leuven, 1977) en filosofie (Oxford, 1980). Vandaag is hij gewoon hoogleraar aan de Faculteit Economische, Sociale en Politieke Wetenschappen van de Université catholique de Louvain, waar hij de Chaire Hoover d'éthique économique et sociale gestalte geeft sedert de oprichting ervan in 1991.  Aan verschillende instellingen over de ganse wereld is hij bovendien gastprofessor, hetgeen er ongetwijfeld toe bijdraagt om zijn kijk op de communautaire verhoudingen in België te verrijken. 

Het directiecomité van B Plus besliste om hem aan Franstalige zijde de 2e Prijs voor Politieke Moed uit te reiken omwille van zijn niet aflatende bijdrage aan het politieke en institutionele debat in de vorm van concrete voorstellen en ideëen, waarbij hij de belangen van beide Gemeenschappen in aanmerking neemt.  Daarbij schrikt hij er niet voor terug om soms tegen de mainstream in te gaan, zoals bijvoorbeeld het geval was met zijn mening over de in Franstalig België verketterde Vlaamse « Wooncode ».  Ook zijn visie op de Brusselse identiteit, de faciliteiten en zijn actie tot promotie van de oprichting van een federale kieskring met de Paviagroep zijn daar mooie voorbeelden van.  Het met grote bescheidenheid dat Philippe Van Parijs de prijs van B Plus in ontvangst nam :

« Ik aanvaard deze prijs mede in naam van alle academici die in het verleden het reeds hebben aangedurfd om moedige standpunten in te nemen, waarmee ze dikwijls tegen de haren van hun eigen Gemeenschap instrekenElk land heeft immers nood aan academici zijn die in volle onafhankelijkheid hun mening kunnen zeggen 

 

--------------------------------------------------------------------------------

 

B Plus, mouvement pour une Belgique fédérale, a décerné ce mercredi et  pour la seconde année consécutive son «Prix du courage politique». Ce prix est décerné à deux personnalités, une flamande et une francophone, qui se sont montrées attachées à l’amélioration de notre système fédéral, s’attelant à briser les clichés et autres idées reçues ainsi qu’à surmonter tout particularisme communautaire. BPlus entend faire de ce prix une manifestation annuelle et encourager de ce fait quiconque entreprend de moderniser notre modèle fédéral belge pour en faire une entité efficace, dans le respect de l'autonomie et de la spécificité de chacun.

 

Pour rappel, l’année dernière, ce prix avait été remis à Wilfried Martens et à Rudy Demotte.

 
Du côté flamand, le prix a été accepté par Rudy Aernoudt. Actuel secrétaire général du département économie du gouvernement flamand, ancien chef de cabinet du Ministre fédéral de l’économie Fientje Moerman et ancien chef de cabinet adjoint du Ministre wallon Serge Kubla, Rudy Aernoudt a un parcours professionnel atypique au sein des administrations flamandes, wallonnes et fédérales. A cet égard, il a pu se forger une opinion non dogmatique sur les structures de l’Etat fédéral ainsi que sur les différentes communautés qui le composent. En 2006, Rudy Aernoudt publie une réplique au contre-manifeste séparatiste « In de Warande », intitulée «  Wallonie-Flandre : je t’aime – moi non plus » dans laquelle il s’évertue à briser les clichés et les préjugés qualifiant à l’heure actuelle les Wallons en Flandre. A l’occasion de la parution de ce livre, qui est vite devenu un « best-seller » en Flandre et en Belgique francophone, Rudy Aernoudt a également lancé un appel au bon sens dans les relations communautaires entretenues entre l’Etat fédéral et les entités fédérées, appel que B Plus ne peut qu’applaudir. Pour toutes ces raisons, il nous a paru évidemment de récompenser Rudy Aernoudt et c’est avec grand plaisir que ce dernier a accepté le prix du courage politique décerné par B Plus. « J’accepte chaleureusement ce prix car je pense qu’il est important de féliciter le travail de toute personne oeuvrant à l’heure actuelle en faveur de la Belgique » a t-il déclaré à l’issue de la cérémonie.

Du côté francophone, le prix a été accepté par le professeur Philippe Van Parijs. Issu d’une famille flamande, éduqué à l’école en français et résidant depuis longtemps en Région bruxelloise, Philippe Van Parijs a un itinéraire académique impressionnant : diplôme en  philosophie, en droit, en économie politique, en sociologie et en linguistique,  titulaire de doctorats en sciences sociales (Louvain, 1977) et en philosophie (Oxford, 1980). Aujourd’hui, il est professeur ordinaire à la Faculté des sciences économiques, sociales et politiques de l'Université catholique de Louvain, où il anime la Chaire Hoover d'éthique économique et sociale depuis sa création en 1991. Il est également professeur invité un peu partout dans le monde, ce qui a sans doute contribué à développer son ouverture d’esprit et notamment en matière de relations communautaires en Belgique.

Au sein de BPlus, nous avons en effet tout particulièrement été attiré par la cohérence et la constance de ses propos au niveau de la politique belge, par sa prise en compte des souhaits de l’autre Communauté et son souhait d’améliorer notre modèle fédéral belge. A titre d’exemples, on peut évidemment citer ses positions courageuses sur le « Wooncode », décriées du côté francophone, sur l’identité propre de Bruxelles, sur les facilités ou sur la circonscription électorale nationale au sein du groupe Pavia. Pour toutes ces raisons, nous sommes très fiers de lui avoir remis ce prix du courage politique…. pour l’audace de ses idées en matière communautaire qui vont souvent à contre-courant de l’abattage médiatique et pour son effort constant de rapprochement des différentes communautés en Belgique pour le bien de notre modèle fédéral.

 

C’est en toute modestie que le professeur Van Parijs a accepté le prix de B Plus. « J’accepte ce prix au nom de tous les universitaires qui ont osé prendre des positions courageuses  parfois à contre-courrant de la pensée dominante dans leur communauté » 

17:10 Écrit par Ensemble pour une Belgique pleine d'avenir - Samen voor een Belgi dans Général | Lien permanent | Commentaires (4) | Tags : rudy aernoudt philippe van parijs politique bplus belgique belgi |  Facebook |

Commentaires

J'y ajouterais la ministre Catherine Doyen-Fonck pour l'article sur la Brabançonne qu'elle a rédigé sur son blog le 8 mai 2007. Celà fait très très très longtemps que je n'avais plus entendu un responsable politique vouloir remettre à l'honneur la Brabançonne. Bravo Madame la Ministre!

Écrit par : Un petit Belge | 15/06/2007

Tiens le petit belge, quand nous rejoins-tu au sein de B Plus au fait ?

Nous avons besoin de citoyens engagés comme toi !

Écrit par : Nicolas Parent | 20/06/2007

Réponse à Nicolas : Merci pour le compliment! Tu m'as convaincu de devenir membre de BPlus (je viens d'en faire la demande par mail). N'hésite pas à venir commenter les différents articles contenus sur mon blog! J'en profite pour donner l'adresse d'un autre blog tenu par un jeune Belge fier de son pays (à renseigner dans les liens) : http://belgium4ever.over-blog.com

Écrit par : Un petit Belge | 20/06/2007

Tot (w)elke prijs ? Ooit was het nut en de noodzaak van de Vlaamse beweging onbetwistbaar, de gelijkheid voor alle Belgen was immers niet verzekerd. De lagere sociale klassen in Vlaanderen aanvaarden terecht niet langer willoos de privileges die enkel voorbehouden waren aan de Franstalige elite. Na vele jaren onophoudelijk aan de weg timmeren zijn de streefdoelen die hun “founding fathers” zich gesteld hadden heden ten dage praktisch allen ingelost. Normaliter zou men dan verwachten dat de beweging uit zichzelf overgaat in een toestand van waakzame winterslaap. Het Nederlands is in België niet langer de tweederangstaal, het heeft op alle gebieden de voorrechten en de bijhorende status verworven die horen bij een officiële landstaal. België investeerde destijds ook fors in de Vlaamse economie en infrastructuur om haar zodoende uit het slop te trekken, zo liep o.a. de eerste spoorlijn op het Europese vasteland van Brussel naar mechelen. Vandaag bevinden er zich in Vlaanderen verschillende wereldhavens die nog onder aanmaning van onze vorsten het levenslicht zagen ( toevallig is het dit jaar 100 jaar geleden dat Koning Leopold П het startschot gaf voor de bouw van de zeehaven van Brugge). Het lijdt geen twijfel dat deze havens dé levensaders zijn waarop de welvaart van de Vlaamse regio steunt. Binnen de radicaliserende Vlaamse beweging is er echter in de afgelopen decennia een niet zo onschuldige stroming ontstaan. Deze stroming is machtswellustig geworden en wil tot elke prijs maar vooral tot meerdere eer en glorie van zichzelf tot totaal zelfbestuur komen. Dit “beter beleid” klinkt wel goed, maar het is een dogma waar de Vlaams-nationalisten zelf niet in geloven. Getuige een citaat van Peter De Roover, oud-voorzitter VVB, op een 11-juli viering te Oudenaarde . “Is alles wat Vlaanderen zelf doet een succes ? …Allerminst….‘ wat we zelf doen, doen we beter’ werd ons ooit voorgehouden. Die slogan stelt de zaken fout voor. ‘Wat we zelf doen, doen we zelf’. Dat is de essentie.”(De Krekel, orgaan van het Davidsfonds Oudenaarde, nr;8 – november 2005) Deze stellingname past in een consequent nationalistische logica : we eisen zelfbestuur, ook al houdt dit zelfbestuur een verslechtering voor de toekomst in. Het lijkt er op dat de Vlaamse KMO’s en industrie het eerste slachtoffer zullen zijn van deze overcompensatiepolitiek. Responsabilisering is daarbij het nieuwe modewoord. Door middel van deze responsabilisering wil men de “uitkeringseconomie” omvormen in een “arbeidseconomie”. Mooie woorden allemaal ware het niet dat deze responsabilisering eenzijdig en met brute kracht wil opdringen aan het zuiden van het land door middel van een gedeeltelijke of volledige splitsing van de sociale zekerheid. Een kei kan men niet pluimen zullen de vakbonden van dan af zeggen en met verdubbelde ijver zullen ze hun pijlen richten op de welvarende Vlaamse industrie. Afzonderlijke CAO onderhandelingen zullen immers met zekerheid leiden tot andere en hogere looneisen. Zijn het immers de regionalisten zelf niet die reeds lang beweren dat de productiviteit in Vlaanderen hoger ligt dan in Wallonië. Door de splitsing behoren aparte looneisen van dan af tot de mogelijkheden, een kans die de syndicaten niet onbenut zullen laten om de hogere productiviteit ook in hogere lonen (+toename van eindejaarspremie’s en vakantiegeld) omgezet te zien. Een splitsing van de sociale zekerheid zal voor Wallonië betekenen een minder genereuze sociale zekerheid – qua activering zal dat tellen en doordat men de eerste jaren uit het vizier van de vakbonden zal zitten staan er de Waalse industrie dan ook schitterende tijden te wachten. De hangmatcultuur dreigt een exclusief Vlaams verschijnsel te worden want de vele miljarden euros transfers in de sociale zekerheid zullen de vlamingen graag in hun eigen sociale zekerheid gepompt zien zoals hen ook beloofd was door secessie-obsedee’s van o.a. VB en NVA. De kwalijke gevolgen voor de zelfredzaamheid van de bevolking zal dan ook niet lang op zich laten wachten. Streed men tot voor kort allen met dezelfde wapens, na de splitsing zal dat geenszins het geval meer zijn. Integendeel, indien het waar is dat de productiviteit in Vlaanderen hoger ligt dan genieten de Vlaamse werkgevers nu immers nog van een zeker concurrentievoordeel tegenover hun Waalse collega werkgevers, voor beide landsdelen helden immers dezelfde nationaal onderhandelde CAO’s. Onbesuisd sleutelen aan de sociaal economische mechanismen van ons land kan zeer goed leiden tot een Vlaanderen economisch-avondland met als directe buur en concurrent een Franstalig droomland vol veelbelovende opportuniteiten voor Waalse ondernemers. Het is daarom in het belang van de Vlaamse ondernemers dat er zo snel mogelijk werk wordt gemaakt van een nationaal activeringsbeleid dat voor het ganse Belgische grondgebied geldig is. Beperk de werkloosheiduitkeringen in de tijd en verlaag de belastingen op arbeid (zoals in Frankrijk) en je zal zien hoe snel zowel onze Nederlandstalige als Franstalige landgenoten de openstaande vacatures in Vlaanderen opvullen (vacatures die tot nu toe door Fransen ingevuld worden in de grensregio’s). Aanpassingen in de sociale zekerheid dienen steeds op nationaal niveau doorgevoerd te worden …..Alle Belgen gelijk voor de wet…..

Écrit par : ww | 07/07/2007

Les commentaires sont fermés.